Home       E-mail Dutch     English

De theorie en taal

Een kwestie die grote zorgvuldigheid vergt is die van de taal.

Hoe zit het met de taal in het triadisme?

Om te beginnen: woorden en zinnen zijn als zodanig altijd “dingen” of f-entiteiten: klanken of geschreven tekens of anderszins waarneembare en registreerbare zaken die in de fysieke realiteit aanwezig zijn en “hard”.
In de bewering “ het woord woord heeft in schrijftaal 5 letters” is dit duidelijk: we kunnen het er als f-entiteiten over hebben want in dat woord staan 5 tekens, letters, inktvlekken.

Woorden en zinnen verwijzen meestal niet naar zichzelf, maar naar iets anders. Naar iets uit de “extra-talige werkelijkheid”. En dan wordt het lastig.
We hebben woorden voor dingen of f-entiteiten: stoel, paard, kast.
We hebben woorden voor ervaringen en belevingen of m-entiteiten: angst, heimwee, verlangen.
We hebben woorden voor concepten of c-entiteiten: verband, formule, gewicht.
Dat is nog wel duidelijk.

Het lastige is dat we niet alleen woorden maar ook concepten hebben voor deze drie groepen entiteiten en in feite noemde ik allemaal zaken die ook een concept kunnen zijn en die meestal als concept worden aangeduid. En dan is het zo verleidelijk om concept en woord te verwarren. Het concept (OOK het concept over een fysische of mentale entiteit) is een conceptuele entiteit; het woord is gewoon een woord; klank etc. Het concept is bijvoorbeeld “stoel”; het woord is dan stoel of chair of chaise of wat dan ook. Woorden zijn taal-afhankelijk en hebben eventueel synoniemen; concepten of c-entiteiten zijn in deze theorie dus non- of extra-talig!

Maar woorden en concepten zijn in die zin vergelijkbaar dat zowel woorden als concepten over zichzelf EN op de 3 soorten entiteiten betrekking kunnen hebben.